|
Radiocontroledienst introduceert de eerste mobiele
telefoon
Hoe het opsporen van etherpiraten (toen al!) leidde
tot de eerste experimenten met radiotelefonie
Met het populairder worden van de radio in de jaren
dertig beginnen in Nederland ook de particuliere lokale radio uitzendingen.
Afgezien van het illegale karakter (men moest ook toen al een zendvergunning
hebben) waren deze apparaten niet altijd storingvrij voor de legale
zenders en ontvangers. Om de illegale zenders op te sporen gebruikt
de radiocontroledienst van het Staatsbedrijf der PTT auto's uitgerust
met een gevoelige ontvangers en meetapparatuur.
Twee of drie van deze peilauto's rijden vanuit verschillende richtingen
op de zender af waarna door onderling vergelijken van de luister- en
meetresultaten de zender gelokaliseerd wordt. Het zal duidelijk zijn
dat een goede communicatie tussen die auto's uiterst belangrijk is.
Die communicatie bestaat op dat moment uit telefonisch contact op afgesproken
tijden, waarbij men vaak afhankelijk is van particuliere telefoonaansluitingen.
Radiotelefonie, d.w.z. telefoneren via een radiozender en -ontvanger,
is in de jaren dertig goed mogelijk. De apparatuur heeft echter forse
afmetingen. In 1934 begint het radiolaboratorium van PTT te experimenteren
met de bouw van een 'kleine', verplaatsbare zend-ontvanger. De eerste
proeven worden genomen met een radioverbinding op de korte golf in het
gebied van 60-70 Megahertz. De antenne die hierbij gebruikt moet worden
is ‘ slechts' 1 meter lang.
Het zal nog tot 1939 duren voordat de eerste 'mobilofoon'
op de markt komt.
|