|
Radiodistributie wordt draadomroep
Tussen 1945 en 1953 steekt de PTT bijna vijftig miljoen
gulden in renovatie van haar distributienetten.
In 1947 had de overheid het Staatsbedrijf der PTT
al de opdracht gegeven het beheer en de exploitatie van de
netten te regelen. In 1953 komt er een wettelijke regeling.
PTT wordt dan 'officieel' eigenaar van de radiodistributie
in ons land. De naam wordt veranderd in Draadomroep; de term
distibutie doet teveel aan de naoorlogse schaarste denken.
De draadomroep moet voortdurend vechten voor haar
bestaan. Uiteindelijk wordt ze in 1975 opgeheven.
De RCD
Op Nederhorst den Berg installeert de PTT in dat
jaar eveneens een Monitoringstation voor de Radiocontroledienst
(RCD). Het station controleert ondermeer of
de frequenties die voor Nederland zijn toegewezen, door de
machtiginghouders correct worden gebruikt. De RCD ontwikkelt zich in die tijd tot een veelzijdige
dienst waarvan de meeste activiteiten zich buiten Nederhorst
den Berg afspelen. Het ligt voor de hand dat een aantal van
deze RCD-diensten - die nu nog in Den Haag gehuisvest zijn
- op NERA geconcentreerd worden.
Hoe communicatie van groot belang bleek bij de
watersnoodramp
Als in de rampnacht de telefoonverbindingen uitvallen,
probeert een aantal Zeeuwse radioamateurs met hun zendapparatuur
verbinding te krijgen met de buitenwereld.
De Bijzondere Radiodienst van PTT (BRD) neemt contact op met de
Haagse zendamateur Bob van Binnendijk (roepnaam PAoGVB), die een
sterke radiozender heeft. Hij legt contact met de amateurs ter plaatse.
Al snel wordt een tweede Haagse zendamateur, George de Bruin (roepnaam
PAoYG), ingeschakeld. Samen vormen deze beide amateurs, onder leiding
van de BRD, de schakel tussen het noodgebied en de hulpverlenende
instanties in Den Haag. Verbindingen zijn vanaf dat moment mogelijk
met Terneuzen, Middelburg, Vlissingen, Goes, Raamsdonksveer, Dordrecht,
Breda, Halsteren, Eindhoven, Krimpen aan de Lek, Hilversum, Amersfoort
en het militaire station in Roosendaal. Het amateur-noodnet zal
gedurende tien dagen onafgebroken in de lucht zijn.
|